De wet op de geïntegreerde politie (WGP)  bepaalt dat de politiezone over een belangrijke financiële autonomie beschikt. In de praktijk betekent dit het opstellen van een aparte begroting en rekening en een financieel beheer dat los staat van de gemeente. In een ééngemeentezone wordt de begroting van de politie bijgevolg niet in de gemeentebegroting geïntegreerd, de begroting van de politie is een duidelijk afgescheiden beleidsdocument. Deze begroting moet opgesteld worden volgens de bepalingen van de WGP en het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale politie (ARPC).

Volgens de WGP heeft de begroting van de politiezone 2 belangrijke financieringsbronnen:

  • de federale dotatie of toelage
  • de gemeentelijke dotatie(s) naargelang het om een ééngemeente- of meergemeentezone gaat

Federale toelage

Elk jaar ontvangen de lokale politiezones een aantal federale toelagen.  Een KB bepaalt de criteria en de nadere regels voor het bepalen en betalen van de federale dotatie. Dit is het zogenaamde financieringsmechanisme. Via dit financieringsmechanisme wilde de federale overheid bij de politiehervorming een nieuw evenwicht creëren in de financiële inspanningen die de verschillende gemeenten in het land hebben gedaan op vlak van veiligheid. Wanneer een meergemeentezone niet voldoende middelen heeft om de uitgaven voor de uitvoering van haar taken te dekken, dan moeten de gemeenten die deel uitmaken van de politiezone volgens de WGP het verschil bijpassen.

De federale toelage bestaat uit verschillende toelagen:

  • basistoelage
  • sociale toelage
  • aanvullende federale toelage
  • federale toelage openbare orde
  • toelage verkeersveiligheidsfonds
  • toelage Salduz
  • toelage om bepaalde initiatieven te stimuleren
  • NAVAP-subsidie

Basisfilosofie van het financieringsmechanisme

Globaal overzicht federale toelage

De federale financiering voor 2017 wordt volgens cijfers van Belfius begroot op een bedrag van 1016,1 miljoen euro.[1] Dat is ongeveer 90 euro per inwoner, met evenwel grote verschillen tussen de gewesten.

In Vlaanderen noteren de politiezones het laagste bedrag per inwoner (72 euro), terwijl Brussel het hoogste bedrag voor zijn rekening neemt (134 euro) en Wallonië tussen beide waarden ligt (98 euro).

Ter vergelijking: in 2011 bedroeg de totale federale financiering 942,5 miljoen euro.[3] Dat betekende in 2011 ongeveer 87 euro per inwoner.

Ter vergelijking: in 2006 bedroeg de totale federale financiering 770,7 miljoen euro.[2] Dat betekende in 2006 ongeveer 73 euro per inwoner.

De federale financiering zorgt voor gemiddeld 34,2 % van de ontvangsten van de politiezones, met evenwel grote verschillen per gewest (en per zone). Wallonië noteert het grootste aandeel in de gewone ontvangsten (40 %) en de Brusselse zones halen 33 % van hun ontvangsten uit federale financiering. Voor Vlaanderen zijn de federale toelagen 31,1 % van de totale gewone ontvangsten van de politiezones.

[1]Belfius, De financiële situatie van lokale besturen, 2017, 36-42. De studie alsook de bijbehorende statistieken kunnen geraadpleegd worden op www.belfius.be/onzestudies.

[2]Dexia, Lokale financiën. OCMW’s en politiezones, 2005, 45.

[3]Belfius, Lokale financiën. OCMW’s en politiezones, december 2011, 53-61;

Gemeentelijke toelage

Naast de federale toelage is de gemeentelijke toelage dus de tweede en tevens belangrijkste financieringsbron van de lokale politiezones. De gemeentelijke toelage is goed voor ruim 64 % van de ontvangsten van de politiezones. Deze toelage is eigenlijk de financiële inspanning van elke gemeente voor de lokale politie.

Elke gemeenteraad keurt de dotatie goed die aan de lokale politiezone wordt toegekend. De toelage wordt ingeschreven bij de uitgaven in elk gemeentelijk meerjarenplan en doorgestort aan de politiezone. Een gemeente kan die dotatie op eigen initiatief verhogen indien zij van de lokale politiezone bijkomende opdrachten verwacht (bv. openbare orde voor voetbalclub in de gemeente).[1]

De WGP bepaalt dat de begroting van de politiezone in geen geval een deficitair saldo of een fictief evenwicht of overschot mag vertonen. Het komt er eigenlijk op neer dat de gemeentelijke toelage(n) het verschil vormt tussen de gewone uitgaven en de gewone ontvangsten van de politiebegroting. De gemeentelijke toelagen vormen bijgevolg het sluitstuk van de politiebegroting. Dit relativeert enigszins de autonomie van de gemeenten om de hoogte van de toelage zelf te bepalen.

[1]Artikel 40 WGP.

Wat is de verdeelsleutel voor de gemeentelijke toelage?

Het principe is dat de gemeenten zelf tot een consensus komen over de verdeling van de gemeentelijke dotatie aan de politiezone. De besturen van de gemeenten mogen dus vrij een verdeelsleutel voorstellen die rekening houdt met een aantal specifieke lokale kenmerken.

Indien er geen overeenstemming is over de verdeelsleutel, dan gebeurt dit volgens de regels vastgelegd in een koninklijk besluit.[1] De huidige regels voor de berekening en verdeling van de gemeentelijke dotaties onder de gemeenten van een meergemeentepolitiezone gelden nog altijd.[2] De huidige regeling wordt steeds verlengd – via een KB – omdat de nieuwe ‘wet tot financiering van de lokale politie’ nog niet klaar is.

Met andere woorden, dan zijn ze verplicht een verdeelsleutel toe te passen die rekening houdt met een aantal factoren.

Het aandeel van elke gemeente wordt bepaald op basis van:

  • de KUL-norm (bepaalt theoretisch lokale politiecapaciteit in de gemeente);
  • het gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner van de gemeente (van 1999);
  • het gemiddeld kadastraal inkomen in de schoot van de gemeente (van 1999).

Deze gegevens verhouden zich tegenover elkaar als 60 % KUL-norm, 20 % gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner en 20 % gemiddeld kadastraal inkomen. Deze verdeelsleutel is daarom ook bekend als de ‘60-20-20-regel’.

[1]Het koninklijk besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone, BS 20 april 2005.

[2]De regels vastgelegd in het koninklijk besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone zijn steeds verlengd door navolgende KB’s: het laatste KB hierover is het koninklijk besluit van 18 december 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone, BS 15 januari 2013.

Globaal overzicht gemeentelijke toelage

Het totaalbedrag aan gemeentelijke toelagen voor 2017 wordt volgens cijfers van Belfius[1] begroot op een bedrag van 1.803,5 miljoen euro. Elke politiezone ontvangt van de gemeente dus in 2017 gemiddeld een bedrag van ongeveer 160 euro per inwoner.

  • Ter vergelijking: in 2011 bedroeg het totale bedrag aan gemeentelijke toelagen 1.516 miljoen euro.[3] Dat betekende in 2011 ongeveer 140 euro per inwoner.
  • Ter vergelijking: in 2006 was het totaal bedrag aan gemeentelijke toelagen 1.267 miljoen euro. In 2006 ontving de politiezone van de gemeente gemiddeld een bedrag van ongeveer 122 euro per inwoner.[2] T

Volgens een studie van Belfius leverden de Vlaamse gemeenten bijna elk jaar van de bestuursperiode 2013-2018 een bijkomende inspanning van meer dan 3% om de werking van de politiezones te financieren.[4]

In Vlaanderen betaalde een gemeente in 2016 gemiddeld ongeveer 147 euro per inwoner aan de politiezone.[1] Ter vergelijking: in 2007 betaalde een gemeente gemiddeld ongeveer 112 euro per inwoner aan de politiezone.

[1]Zie voor meer details (onder meer bedrag per gemeente aan de politiezone, bedragen over hoeveel deze dotatie gemiddeld (in procent) op de totale uitgaven van een gemeente bedraagt): Parlementaire vraag nr. 437 van Koen Van den Heuvel van 14 mei 2018 aan Liesbeth Homans over de Lokale financiering van politiezones en impact op lokale begrotingen.

[1]Belfius, De financiële situatie van lokale besturen, 2017, 36-42. De studie alsook de bijbehorende statistieken kunnen geraadpleegd worden op www.belfius.be/onzestudies.

[2]Gegevens over de politiezones (financiën en toezicht) kan u ook steeds vinden in de jaarlijkse publicatie ‘Jaarbeeld’ van het agentschap voor binnenlands bestuur, http://www.binnenland.vlaanderen.be/.

[3]Dexia, Lokale financiën. OCMW’s en politiezones, Brussel, 2011; http://www.dexia.be/nocms/documents/professioneel/publicfinance/studies/2011_Finances_CPAS_NL_LoRes.pdf.

[4]Belfius, De financiële situatie van de Vlaamse lokale besturen. Budget 2018 Overzicht van 6 jaar gemeentelijke bestuursperiode (2013-2018), 19. De studie alsook de bijbehorende statistieken kunnen geraadpleegd worden op www.belfius.be/onzestudies.

Kostprijs lokale politie per inwoner

Elke Belg betaalt in 2017 gemiddeld 264 euro voor de werking van de lokale politie. In totaal begrootten de politiezones in 2017 samen ongeveer 2.971 miljoen euro. De personeelsuitgaven nemen de grootste hap uit het budget (86,5%). De werkingsuitgaven zijn goed voor 10,2% van de uitgaven.[1]

  • Vlaanderen:  233 euro per inwoner
  • Wallonië: 253 euro uit per inwoner
  • Brussels gewest:  470 euro per inwoner.

[1]Belfius, De financiële situatie van lokale besturen, 2017, 40. De studie alsook de bijbehorende statistieken kunnen geraadpleegd worden op www.belfius.be/onzestudies.

Gemeenten betalen 2/3, federale overheid 1/3

De gemeenten nemen de grootste lasten op zich, want de gemeentelijke dotaties zijn goed voor ongeveer 61% van de ontvangsten. 

De federale overheid financiert via de verschillende federale dotaties (basistoelage, sociale toelages, aanvullende federale toelage, middelen uit het verkeersveiligheidsfonds) ongeveer 34% van de totale uitgaven van de politiezones. 

Elke gemeente betaalt gemiddeld ongeveer 160 euro per inwoner voor de werking van de lokale politie. Ook hier is er weer een sterk verschil naargelang de verstedelijkingsgraad: hoe meer verstedelijkt een zone is, hoe groter de gemeentelijke dotatie is in verhouding tot de federale dotatie. Zo hangen de meest verstedelijkte zones voor 69% af van hun gemeentelijke dotatie en voor 27,8% van de federale toelagen. De meest landelijke zones vertonen een relatief evenwichtige financiering tussen de gemeentelijke dotaties (48,8%) en de federale dotaties (44,2%).[1]

[1]Belfius, De financiële situatie van lokale besturen, 2017, 38. De studie alsook de bijbehorende statistieken kunnen geraadpleegd worden op www.belfius.be/onzestudies.

Delegatie overheidsopdrachten (art. 33 WGP)

Sinds 13 april 2019 beschikken politiezones over meer mogelijkheden om delegatie van bevoegdheden te verlenen bij overheidsopdrachten. De gemeenteraad (ééngemeentezone) of politieraad (meergemeentezone) kan haar bevoegdheden ruimer delegeren naar het college van burgemeester en schepenen (ééngemeentezone) of politiecollege (meergemeentezone). Daarbij is voortaan ook een verdere delegatie van bevoegdheden binnen de politiezone mogelijk. De VVSG verspreidde in aanloop naar de installatie van de politieraden in februari 2019 reeds een model delegatie overheidsopdrachten (tot 13/4/2019) in uitvoering van kredieten die goedgekeurd werden op gewone dienst. Dit model kan behouden worden of de politiezone kan een uitgebreider model delegatie overheidsopdrachten (vanaf 13/4/2019) in uitvoering van kredieten die goedgekeurd werden op gewone dienst en op buitengewone dienst gebruiken dat opgesteld werd n.a.v. de recente wijzigingen aan art. 33 WGP (wijzigingen in fluo geel).

De verruimde mogelijkheid tot delegatie is niet verplicht, reeds genomen besluiten kunnen behouden blijven. Ook reeds genomen besluiten door het college inzake delegatie ondertekening bestelbons politiezone naar de korpschef kunnen behouden blijven, aangezien die gebaseerd zijn op het Algemeen Reglement op de Politionele Comptabiliteit. Voor andere beslissingen inzake het budgettair en financieel beheer van de politiezone blijft overigens Titel V van de Nieuwe Gemeentewet hoofdzakelijk van toepassing.