Voor het bouwen en verbouwen, het wijzigen van de functie van een gebouw, het realiseren van een verkaveling, het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit, het openen van een winkel of het wijzigen van vegetatie is vaak een vergunning nodig. Zo’n vergunning wordt de ‘omgevingsvergunning’ genoemd.

Sinds 2018 is de procedure die nodig is voor zo’n vergunning te krijgen ééngemaakt, ongeacht om wat voor type vergunning. De vraag of één vergunning nodig is en onder welke omstandigheden wél of geen vergunning nodig is, is echter -nog altijd- geregeld in de sectorale regelgeving. 

Wat is de omgevingsvergunning

De procedure voor de omgevingsvergunning is uitgetekend in het omgevingsvergunningsdecreet en het uitvoeringsbesluit. Er blijven uiteindelijk twee soorten procedures: de ‘gewone’ procedure en de ‘vereenvoudigde’ procedure, met resp. zonder openbaar onderzoek over de aanvraag.

Inhoudelijke regels (Heb je een vergunning nodig? Kun je een vergunning krijgen?) blijven voor de verschillende sectoren afzonderlijk geregeld; voor (ver)bouwen en verkavelen is dit geregeld in de Vlaamse codex ruimtelijke ordening (VCRO), voor het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit is dit het decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en Vlarem II; voor het openen of vergroten van een winkel is dit het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid.

Digitaal werken

Vergunningsaanvragen moeten digitaal worden ingediend, tenzij de aanvraag volgens de vereenvoudigde procedure wordt ingediend. De overheid zélf moet de aanvraag, ongeacht de wijze van indiening, altijd digitaal behandelen en digitaal erover beslissen. Lees hier meer info over Omgevingsloket.

Algemene beoordeling

De VVSG is voorstander van de omgevingsvergunning omdat die een betere integrale afweging van 'gemengde' vergunningsaanvragen mogelijk maakt. Voor aanvragen waaraan diverse projecten zijn verbonden, kan de overheid tot betere besluitvorming komen omdat beide aspecten tegelijkertijd in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

We verbinden wel een aantal randvoorwaarden aan de komst van de omgevingsvergunning.  Ten eerste moeten de gemeenten per saldo meer te zeggen krijgen over de ontwikkeling van haargrondgebied; dus over meer vergunningsaanvragen beslissingsbevoegdheid krijgen. Ten tweede dienen de bijkomende bevoegdheden  financieel te worden vergoed (dus het 'Belfortprincipe' moet worden gerespecteerd). 

Meer info

Mandatarissen en medewerkers van gemeenten kunnen met vragen ook terecht bij de VVSG.