De meeste woningen in Vlaanderen zijn goed onderhouden. Een beperkt deel van de woningen zien er van buiten echter vaak nog wel redelijk uit, maar zijn binnen niet meer aangepast aan de hedendaagse normen. Soms lopen de bewoners zelfs gevaar indien zij er (langdurig) in blijven wonen. In dat laatste geval kan het bijvoorbeeld gaan om ernstige vochtproblemen, elektrocutiegevaar of gevaar op CO-vergiftiging. In de praktijk gaat het dan vaak om woningen die door particulieren worden verhuurd.

De gemeente speelt een specifieke rol in het bestrijden van woning of panden die verkrotten. De burgemeester kan een woning of gebouw onbewoonbaar verklaren op basis van de Vlaamse wooncode of de Nieuwe Gemeentewet. Welke procedure het meest geƫigend is hangt van de concrete situatie. Bij een acuut gevaar zal meestal de procedure van de Nieuwe Gemeentewet worden gekozen; in andere gevallen de procedure van de Vlaamse wooncode.

Een verwaarloosde woning of gebouw gaat dan weer over de uitwendige toestand van die woning of gebouw.

Een van de belangrijkste instrumenten die gemeenten kunnen hanteren om het aantal verkrotte, maar ook verwaarloosde woningen en gebouwen te bestrijden is de heffing.  

In samenwerking met VVSG, agentschap Binnenlands bestuur en Vlabel heeft Agentschap Wonen Vlaanderen ook  modelreglementen verwaarlozing en ongeschikt- en onbewoonbaarheid opgemaakt.  

Bent u lokaal mandataris of werkt u voor een lokaal bestuur en u hebt een vraag rond het versterken van de kwaliteit van de woningvoorraad, neem dan contact op met Joris Deleenheer.