De gemeente als coördinator van het lokaal woonbeleid

De gemeente is de regisseur van het lokaal woonbeleid. Die regierol wordt bevestigd in artikel 2 van het besluit over het lokaal woonbeleid van 16 november 2018  en is gebaseerd op artikel 28 van de Vlaamse Wooncode. Dat betekent niet dat ze alle aspecten van het woonbeleid zelf moet uitvoeren. Maar wel wordt verwacht dat de gemeente zorgt voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het lokaal woonbeleid. Het doel is dat alle 'wooninitiatieven' en het beleid van de verschillende sociale woonorganisaties die op het grondgebied van de gemeenten actief zijn, kaderen binnen en  afgestemd zijn op het lokaal woonbeleid, rekening houdend met de drie Vlaamse beleidsprioriteiten voor wonen uit het besluit lokaal woonbeleid van 16 november 2018.

Conreet houdt deze regierol in dat de gemeente:

- sociale woonprojecten op het grondgebied van de gemeente stimuleert. De gemeente moedigt sociale woonorganisaties zoveel mogelijk aan om sociale woonprojecten te realiseren.  De Vlaamse Wooncode maakt in het art. 28 enkel gewag van sociale woonprojecten, maar het besluit over het lokaal woonbeleid vult dit ruimer in door te spreken over het zorgen voor een divers en betaalbaar woonaanbod afhankelijk van de woonnoden. De gemeente moet dus zoveel mogelijk de realisatie van betaalbare woonprojecten aanmoedigen, ongeacht of die worden gerealiseerd door een sociale woonorganisaties, door het OCMW of door private initiatiefnemers. De gemeente kan de realisatie van sociale en betaalbare bouwprojecten ook stimuleren door zelf de randvoorwaarden te scheppen via het uitbouwen van een grond- en pandenbeleid;

de eigen initiatieven, de initiatieven van het OCMW en de verschillende sociale woonorganisaties op elkaar afstemt. De gemeente zorgt ervoor dat het OCMW en de sociale woonorganisaties zoveel mogelijk onderling overleg plegen. Als de gemeente vaststelt dat dit niet of in onvoldoende mate gebeurt, kan de gemeente een overleg samenroepen. Op basis van een bepaling in de Vlaamse Wooncode moeten de sociale woonorganisaties ingaan op deze vraag. Volgens het 

- de kwaliteit van het woonpatrimonium en de woonomgeving bewaakt. Het Besluit over het lokaal woonbeleid bevestigt deze opdracht door aan te geven dat de gemeente moet werken aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgevig. Naast het uitvoeren van de opdrachten inzake de woningkwaliteitsbewaking houdt dit ook in dat de gemeente de realisatie van  gemengde woningbouwprojecten op maat, die aansluiten op de bestaande kern, stimuleert. De aanwezigheid van publieke ruimte, een goede ontsluiting van de wijk, de aanwezigheid van (collectieve) voorzieningen en voldoende recreatiemogelijkheden zijn een belangrijk aspect van die woonomgeving. 

- bijzondere aandacht heeft voor de ondersteuning van de woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden. Beschikken over een behoorlijke huisvesting is een grondrecht. De groep die het meest moeilijk heeft om dit grondrecht waar te maken verdienen bijzondere aandacht van het beleid. Toegankelijkheid, betaalbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid voor die doelgroepen zijn dan ook cruciale elementen in het lokaal woonbeleid. 

Het besluit over het lokaal woonbeleid voegt ook nog toe dat de gemeente bij het voeren van haar lokale woonbeleid aandacht moet schenken aan transversale en bovenlokale thema's die raapunten hebben met wonen. 

Coördinerende rol niet verduidelijkt

Op welke manier de gemeente de regie van het lokaal woonbeleid vorm moet geven, verduidelijkt de Vlaamse Wooncode niet of nauwelijks. Gemeenten kunnen die ruimte dus gebruiken om de coördinerende rol zodanig in te vullen dat ze beantwoordt aan de lokale noden, mogelijkheden en prioriteiten.  De afstemming gebeurt natuurlijk het best op basis van een visie, zodat de lokale woonactoren weten welke kant de gemeente op wil met het lokaal woonbeleid. Een concreet en belangrijk instrument om die coördinerende rol op te nemen en om de visie samen met partners op te bouwen is het lokaal woonoverleg, dat een gemeente minstens tweemaal per jaar moet organiseren. De gemeentelijke visie op wonen kan ook gevoed worden door een woonraad, waarin verschillende lokale actoren vertegenwoordigd zijn. Die lange termijn visie kan bijvoorbeeld worden verwoord via een lokaal woonplan, waarop zowel de gemeente als de andere actoren kunnen terugvallen om projecten en acties in te kaderen. In een woonplan kunnen ook delen uit andere gemeentelijke plannen aan bod komen.

Een gemeente kan er ook voor kiezen om het lokaal woonbeleid intergemeentelijk vorm te geven. Sinds 2007 voorziet de Vlaamse overheid financiële ondersteuning voor gemeenten die samenwerken in het lokaal woonbeleid en een aantal opdrachten op zich nemen.

De coördinerende rol van een gemeente blijkt ook uit een actieve afvaardiging van de gemeente in de sociale huisvestingsmaatschappij, een regelmatige terugkoppeling tussen de gemeentelijke vertegenwoordigers in de sociale huisvestingsmaatschappij en het sociale verhuurkantoor met het college en/of de gemeenteraad en de advisering door de gemeente van concrete sociale woningbouwprojecten door een sociale huisvestingsmaatschappij.