Auteur:

Gepubliceerd op: 28-04-2020

De Vlaamse regering wil werk maken van een constructieve motie van wantrouwen als instrument om politieke problemen in een gemeente aan te pakken. De VVSG vraagt de nodige grendels waardoor het systeem alleen uitzonderlijk kan worden toegepast.

Vandaag kan de gemeenteraad de zogenaamde 'structurele onbestuurbaarheid' vaststellen als blijkt dat de zittende meerderheid het niet meer eens geraakt. Na een bemiddelingsprocedure door de gouverneur kan de alternatieve meerderheid de toelating krijgen om een nieuw college voor te dragen. Tijdens de bestuursperiode 2013-2018 werd dit zeven keer toegepast in Vlaanderen (op toen nog 308 gemeenten), met in zes gevallen lange procedureslagen voor de Raad van State.

De nieuwe Vlaamse regering wil nu overschakelen naar een 'constructieve motie van wantrouwen', een systeem dat al langer bestaat in Waalse gemeenten. Daarbij zou het niet langer vereist zijn dat de gemeenteraad eerst de onbestuurbaarheid vaststelt. De VVSG is altijd een koele minnaar geweest van een decretale regeling om politieke problemen in gemeenten op te lossen, omdat de remedie vaak erger is dan de kwaal. In een standpunt over de structurele onbestuurbaarheid heeft de VVSG er dan ook voor gepleit om dit systeem alleen in uiterste nood toe te passen, en bovendien niet meer dan één keer per bestuursperiode. Verder heeft ze ook gewezen op een aantal belangrijke elementen die de decreetgever moet regelen om het nieuwe systeem te laten werken. 

De VVSG bezorgde het standpunt aan Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers.

Jan Leroy

Jan Leroy