Auteur:

Gepubliceerd op: 23-01-2020

De lokale besturen maken in hun meerjarenbegrotingen 900 miljoen euro meer vrij voor cultuur: 300 miljoen voor infrastructuur en 600 miljoen voor de werking van alle voorzieningen. Dat maakte minister Somers bekend. Een goede zaak, vindt de VVSG. Cultuur is altijd een belangrijk beleidsthema geweest voor de gemeenten, het brengt mensen in vervoering en zorgt voor samenhang in de gemeente.

De cijfers verbazen de VVSG niet. Eerder bleek al dat de lokale besturen de komende jaren zowat 2 miljard euro meer investeringen plannen dan in de vorige bestuursperiode. Aangezien het algehele investeringsklimaat goed zit, is het logisch dat ook cultuurinfrastructuur (bibliotheken, culturele en gemeenschapscentra, repetitie- en ateliersruimtes, …) mee op deze golf surft, en dat ook de middelen voor de exploitatie van die cultuurvoorzieningen  stijgen. Het gaat dan om allerlei uitgaven zoals de lonen van het bibliotheekpersoneel en de collectie, de programmatie en exploitatie (cafetaria, onderhoud en verwarming) van een cultuur- of gemeenschapscentrum, subsidies ter ondersteuning van het verenigingsleven, …   

Doordat de Vlaamse regering voor de gemeenten extra middelen ter beschikking stelde, hebben die iets meer ademruimte, onder andere voor cultuur - al verdient ook dit enige nuance. Zo zien we dat het aandeel van cultuur in het algehele lokale budget stabiel blijft: de voorbije legislatuur ging er 4,7% van het budget naar investeringen in cultuurinfrastructuur, nu is dat 5,2%; het aandeel exploitatiebudget cultuur gaat van 5% naar 5,2%. 

Waar gemeenten het geld precies aan besteden, beslissen ze zelf, naargelang van de behoeften die er in de gemeente zijn. Het geven van autonomie aan gemeenten (cf afschaffing sectorale subsidies en opname in algemene middelen) betekent dus niet dat ze dan maar de uitgaven gaan schrappen.

Nathalie Debast