Auteur:

Gepubliceerd op: 24-07-2020

De Nationale Veiligheidsraad (NVR) heeft op 23 juli en aantal nieuwe maatregelen genomen die in het MB van 24 juli zijn verschenen. De VVSG heeft een gecoördineerde versie van het nieuwe MB gemaakt zodat die vlotter leesbaar is.

We zetten de belangrijkste zaken even op een rij

De burgemeester kan meer actie ondernemen

Zo kunnen burgemeesters in overleg met de gouverneur en AZG (Agentschap Zorg en Gezondheid) aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze in het MB. Wanneer de burgemeester of gouverneur een lokale COVID-opflakkering bemerkt of hierover door AZG wordt ingelicht, moet hij bijkomende maatregelen nemen om de situatie onder controle te krijgen en de gouverneur en AZG hierond informeren. Wanneer de beoogde maatregelen ook een impact hebben op de federale middelen (denk aan meer federale politiecapaciteit), op nationaal niveau of in naburige gemeenten, is een overleg vereist volgens het KB Noodplanning van 22 mei 2019. Er is ook een omzendbrief van de minister van Binnenlands Zaken verspreid met instructies over de coördinatie en uitvoering van die lokale maatregelen.

Eerder was er nog sprake van een validatie van de maatregelen door het federale crisiscentrum, maar die verplichting zou er nu niet meer zijn. Een positieve zaak aangezien de VVSG samen met tal van burgemeesters vreesde voor een log en tijdrovend systeem. 

De burgemeester kan mondmaskers verplichten op drukke plaatsen

De NVR besliste tot het verruimen van de mondmaskerplicht op bijvoorbeeld markten, restaurants, café’s en openbare gebouwen. Daarnaast kan de gemeente ook zelf beslissen om een mondmasker te verplichten in bepaalde drukbezochte plaatsen, zowel privaat als publiek. Het nieuwe MB bepaalt dit, maar de gemeente kan zelf bepalen in welke straten deze verplichting zal gelden. Volgens de VVSG kan de burgemeester dit via een besluit van de burgemeester regelen. De VVSG heeft hiervoor een modelbesluit voor de burgemeester opgesteld dat kan dienen ter inspiratie.
 

Hoe zit het met de handhaving?

Uiteraard is het ook belangrijk dat de maatregelen nageleefd worden en dat wie dat niet doet, een sanctie krijgt. De handhaving van die maatregelen in het MB blijft strafrechtelijk. Zo blijft bijvoorbeeld de handhaving van de mondmaskerverplichting (artikel 21bis) strafrechtelijk, aangezien het MB bepaalt dat overtredingen van dat artikel bestraft worden door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. Kortom, dat betekent volgens de VVSG dat het opleggen van een mondmaskerverplichting in een drukke winkelstraat strafrechtelijk gehandhaafd wordt en GAS sancties dus in principe niet mogelijk zijn.

De burgemeester kan volgens het nieuwe MB ook bijkomende aanvullen maatregelen nemen indien de lokale situatie dit vereist. Deze maatregelen kan hij best opnemen in een dringende politieverordening van de burgemeester (art. 134 NGW) of in een politiebesluit van de burgemeester wanneer het om een specifieke concrete situatie gaat (artikelen 133 en 135 §2 NGW). In een dringende politieverordening kan de burgemeester wél in GAS sancties voorzien om te handhaven, terwijl de burgemeester dat niet zelf kan doen bij overtredingen in een politiebesluit. Dat hoeft echter geen probleem te zijn, want de meeste gemeentelijke politieverordeningen voorzien GAS voor het niet-naleven van politiebesluiten van de burgemeester.

Meer info

Inforum nrs. 338018 en 338065

Koen Van Heddeghem