Auteur:

Gepubliceerd op: 25-10-2019

De Vlaamse regering trekt extra middelen uit voor de gemeenten met het oog op het behoud van de open ruimte, zo blijkt uit het Vlaamse regeerakkoord. Intussen deelde het Agentschap Binnenlands Bestuur mee op hoeveel elke gemeente kan rekenen en hoe dit moet worden opgenomen in het meerjarenplan.

Sinds 21 oktober weten we ook hoe men dit juridisch wil vertalen. Uit het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020 (en de memorie van toelichting) kunnen we volgende principes afleiden:

  • Het totale bedrag stijgt van 20% van het bedrag dat in het Gemeentefonds naar open ruimte gaat (zonder het aandeel van de dertien centrumsteden) in 2020 in stappen van 20% naar 100% in 2024. Concreet gaat het in 2020 om (maximaal - zie verder) 33,1 miljoen euro en in 2024 om ten hoogste 190 miljoen euro.
  • Het beschikbare bedrag (dat dus jaarlijks toeneemt) wordt onder de gemeenten, behalve de dertien centrumsteden, verdeeld op basis van de oppervlakte open ruimte. Daarbij geldt dezelfde definitie van open ruimte als bij het Gemeentefonds.
  • Wat een gemeente krijgt uit deze extra middelen kan nooit meer zijn dan 13% van het totale bedrag uit het Gemeentefonds. Voor de regionale steden en kustgemeenten, die in het Gemeentefonds een voorafname krijgen, ligt de grens op 6%. Het door de toepassing van het plafond niet verdeelde bedrag gaat niet naar de andere gemeenten, waardoor de werkelijk verdeelde bedragen kleiner zijn dan wat hiervoor theoretisch wordt uitgetrokken.
  • Het gaat om een algemene werkingssubsidie, dus zonder aanvraag-, bestedings- of verantwoordingsverplichtingen.

Het ontwerp van decreet kreeg intussen een advies van de Raad van State, en moet nu alleen nog door het Vlaamse Parlement worden goedgekeurd. Dat gebeurt voor het einde van 2019.

De verdeling van de extra middelen open ruimte per gemeente in 2025 op een kaartje.

 

Jan Leroy

Jan Leroy