Auteur:

Gepubliceerd op: 26-11-2019

Check zeker of je bestuur voldoet aan de voorwaarden voor pensioentoezeggingen (tweede pensioenpijler) opgelegd door de wet van 30 maart 2018 om een verhoging van uw responsabiliseringsbijdrage te vermijden. Hier volgen enkele finale aandachtspunten.

1. Alle contractanten dit jaar aangesloten

Voor dit jaar - 2019 - is de belangrijkste voorwaarde dat de pensioentoezegging vanaf 1 januari 2019 moet gelden voor alle contractanten in dienst. Heel concreet moet bijvoorbeeld het personeel van het woonzorgcentrum ook aangesloten worden. Kijk concreet na of het personeel van het woonzorgcentrum – eventueel via een inhaaltoelage – vanaf 1 januari 2019 aangesloten is. Een aansluiting in de loop van 2019 volstaat niet. De VVSG heeft een model van raadsbeslissing opgemaakt voor de toetreding tot de pensioentoezegging van het personeel van het woonzorgcentrum. Meer info over pensioentoezeggingen (bv. alle modellen raadsbeslissingen).

Bovendien moet de beslissing om alle contractanten vanaf 1 januari 2019 aan te sluiten, dit jaar nog genomen worden én moeten de premies voor de eventuele inhaaltoelage vóór 31 december 2019 betaald worden. Besturen die een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn maar in het jaar 2019 geen premies betaald hebben zullen geacht worden NIET aan de wet van 30 maart 2018 te voldoen en zullen hun responsabiliseringsbijdrage zien verdubbelen (aan een responsabiliseringscoëfficiënt van 100%). In het eerste kwartaal van 2020 kan u hierover geen beslissing meer nemen annex betaling meer doen.

2. Minimum 2% vanaf 2020

De tweede belangrijke voorwaarde die de wet van 30 maart 2018 oplegt, is dat de pensioentoezegging een bepaald minimumniveau moet bereiken vanaf 2020: 2% in een pensioentoezegging van het systeem vaste bijdragen. Dat minimumniveau wordt vanaf 2021 verder opgetrokken (3% in een pensioentoezegging van het systeem vaste bijdragen). Voor pensioentoezeggingen in het systeem van vaste prestaties zijn er overeenstemmende percentages bepaald. Het eventuele optrekken van de pensioenbijdrage naar 2% kan nog in de loop van het eerste kwartaal van 2020 beslist en afgerekend worden.

Voorbeeld: een bestuur dat voor 2020 wellicht een responsabiliseringsbijdrage van 400.000 euro verschuldigd is, riskeert, als de pensioentoezegging niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet, dat deze respo-bijdrage oploopt tot 800.000 euro (responsabiliseringscoëfficiënt van 100%).

3. Verhoging responsabilieringsbijdrage wanneer pensioentoezegging niet aan wettelijke voorwaarden voldoet

Besturen die met hun pensioentoezegging voldoen aan de wettelijke voorwaarden, kunnen de kosten voor het aanvullend pensioen voor de helft in mindering brengen op hun responsabiliseringsbijdrage in zoverre er voldoende besturen zijn wiens responsabiliseringsbijdrage zal kunnen verhoogd worden omdat ze niét aan de wettelijke voorwaarden voor het aanvullend pensioen voldoen. Immers, de financiering van de lokale ambtenarenpensioenen is een gesloten systeem: de korting op de responsabiliseringsbijdrage van het éne bestuur kan slechts plaats vinden als er àndere besturen zijn wiens responsabiliseringsfactuur kan verhoogd worden. Het is met andere woorden helemaal niet zeker dat de vermindering van de responsabiliseringsbijdrage daadwerkelijk zal plaats vinden: het hangt af van wat àlle andere lokale besturen in België zullen doen. Voor zover wij kunnen nagaan is elk bestuur dat een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd is, in actie aan het schieten om zich in orde te stellen met de voorschriften van de wet van 30 maart 2018. Wij raden daarom aan om de mogelijke vermindering van de responsabiliseringsbijdrage nog niet in de meerjarenplannen in te schrijven.

Een verhoging van de responsabiliseringsbijdrage wanneer de pensioentoezegging niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet, is daarentegen wel heel waarschijnlijk. Om die reden is het (toch) belangrijk om na te gaan of het aanvullend pensioen in het bestuur spoort met de wettelijke vereisten, althans wanneer het bestuur een responsabiliseringsbijdrage voor 2019 zal verschuldigd zijn.

Marijke De Lange