Auteur:

Gepubliceerd op: 08-05-2020

Er zijn weinig steden en gemeenten die tijdens de coronacrisis gebruik maken van de mogelijkheid om inbreuken op de coronamaatregelen met een administratieve geldboete (GAS) te sanctioneren. Ze verkiezen de handhaving van de Covid-19-maatregelen via strafrechtelijke weg, waarbij de lokale politie proces-verbaal opstelt, een onmiddellijke inning volgt of het parket alsnog beslist te vervolgen. Het gaat dan vooral om de bestraffing van onnodige verplaatsingen en samenscholingen. Dat blijkt uit een rondvraag van de VVSG bij de sanctionerende ambtenaren van de Vlaamse gemeenten.

Weloverwogen keuze

Sedert het begin van deze crisis worden de veiligheidsmaatregelen gehandhaafd en zo goed als overal bestraft met het strafrechtelijke systeem, dus via PV, onmiddellijke inning en/of Parket. Dat gaat snel, de handhaving gebeurt efficiënt en gemeenten zijn ook tevreden over de samenwerking met het Parket. De nood aan een apart GAS-systeem was dus niet zo hoog. Het zou in volle crisis ook meer administratieve en procedurele gevolgen hebben voor de gemeente. Dat minderjarigen er niet onder vielen, was ook een argument om vast te houden aan de strafrechtelijke piste.

Opvallend is dat minder dan de helft van de centrumsteden voor GAS opteert. Zij hebben immers altijd een goed uitgebouwd apparaat om GAS-overtredingen te verwerken. Als ze ervoor kiezen, doen ze het wel bewust, vanuit de idee dat ze met GAS meer vat hebben op de concrete situatie en op de overtreders en ze waar nodig ook sociale begeleiding kunnen inschakelen.

Aard van de inbreuken in coronacrisis

Gemeenten geven aan dat onnodige verplaatsingen en samenscholingen de voornaamste inbreuken zijn. Ook intrafamiliaal geweld zou meer gerapporteerd worden. Er waren aanvankelijk meer sancties voor afvalverbranding en sluikstorten. Dat is wel weer gedaald na de heropening van de recyclageparken. Een aantal gemeenten meldt ook meer inbreuken op hondenpoep of honden niet aan de leiband houden. Tijdens de paasvakantie en op warme lentedagen rapporteerde een deel van de gemeenten ook meer lawaaihinder of meer gevoeligheid voor burenhinder in ruime zin (visueel, rook, geur, lawaai).

Aan de andere kant zijn er opvallend minder inbreuken voor foutparkeren, straatparkeren, wildplassen en geluidsoverlast van cafés en studenten.

Meer tegenstand

Gemeenten melden nog dat burgers vaker protest uiten tegen vaststellingen van gewone overlast en daar de coronacrisis voor inroepen, nl. ‘dat het niet anders kan’ en ‘dat ze niet begrijpen dat de gemeente hen in deze periode pest met overlastboetes.’

Nathalie Debast