Auteur:

Gepubliceerd op: 11-06-2020

In uitvoering van het sectoraal akkoord voor het personeel van de lokale en provinciale besturen van 8 april 2020 maken de lokale besturen nu afspraken over een koopkrachtverhoging van globaal 1,1% met ingang van 1 januari 2020. Zo moeten besturen die nog geen maaltijdcheque van 8 euro per gewerkte dag geven, de werkgeversbijdrage van de maaltijdcheque verhogen met 100 euro/VTE, desgevallend (voor besturen die bijna aan het fiscaal maximum zitten) beperkt tot de maximale werkgeverstussenkomst van 6,91 euro per dag. Daarnaast moeten besturen ook een koopkrachtverhoging van 200 euro/VTE vastleggen. Hiervoor hebben de besturen de keuze tussen maaltijdcheques, ecocheques, sport- en cultuurcheques, cadeaucheques (lokale handelaarsbonnen) of een combinatie van die cheques. De toekenning van deze cheques moet gebeuren met respect voor de sociaalrechtelijke en fiscale regels (zie verder). Tot slot wordt de sectoraal afgesproken minimale bijdragevoet tweede pensioenpijler van de contractuele medewerkers opgetrokken naar 2,5% (of een gelijkwaardige dekking voor besturen die werken met een kloofdichting).

Zoals we in ons nieuwsbericht van vorige week aangaven, moeten de besturen voor de verhoging van de maaltijdcheques een eenmalig alternatief bepalen voor de voorbije maanden, aangezien maaltijdcheques niet met terugwerkende kracht kunnen worden verhoogd. Een van de mogelijkheden hiervoor is de tijdelijke invoering van ecocheques, sport- en cultuurcheques of cadeaucheques. Dit moet gebeuren met respect voor en binnen de grenzen van de daarvoor geldende fiscale wetgeving en socialezekerheidsregels. Wat dat laatste betreft, zijn er drie belangrijke elementen:

  1. deze cheques mogen niet gegeven worden in ruil voor een reeds bestaand voordeel. Zo kan een bestuur bv. niet beslissen om de maaltijdcheque die het vandaag geeft te verminderen en in ruil daarvoor een sportcheque geven. In dit geval gaat het echter over een nieuw voordeel;
  2. het bestuur moet de specifieke reglementering (voorwaarden, zoals bv. maximale bedragen) van de betrokken cheques naleven;
  3. cadeaucheques kunnen enkel uitgekeerd worden n.a.v. een van de volgende drie gebeurtenissen: Sinterklaas, Kerstmis en Nieuwjaar. Een bestuur zal dus expliciet moeten verwijzen naar een van deze gebeurtenissen en niet naar bv. het sectoraal akkoord.

In de administratieve instructies van de RSZ vind je voor de maaltijdcheques, de ecocheques, de sport- en cultuurcheques en de geschenkcheques de juiste toepassingsmodaliteiten. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de in de pers aangekondigde mogelijkheid om, voor het jaar 2020, uitzonderlijk een consumptie- of horecacheque tot 300 euro per persoon toe te kennen. Zodra de federale regering deze beslissing zal nemen, zal de communicatie hierover uiteraard aangepast worden.

Tot slot willen we nog benadrukken dat het gaat om een recurrente koopkrachtverhoging, dus ook voor de jaren 2021 e.v.

Katleen Janssens